maandag 30 september 2013

De terreur van de kleutertoets

De terreur van de kleutertoets

Kleuters die een citotoets maken. Sinds een aantal jaren zijn basisscholen verplicht ook de allerkleinsten te testen. Maar wat zegt de uitslag van deze test eigenlijk over de ontwikkeling van een kleuter? Wetenschappers zijn het er over eens: kleuters zijn te jong om individueel te testen. En toch gaan we er mee door. Zelfs onze peuters moeten eraan geloven. Opbrengstgericht werken noemt de politiek dat. De uitslag van de test bepaalt of het kind een taalachterstand heeft. Extra begeleiding is het toverwoord. Maar in de praktijk pakt dit heel anders uit. Aart Zeeman over hoe de toetsingscultuur onze kinderen verziekt.

http://brandpunt.incontxt.nl/seizoenen/2013/afleveringen/29-09-2013/fragmenten/de_terreur_van_de_kleutertoets

Basisschool wordt 'superschool'



De Rotterdamse scholengemeenschap Hugo de Groot wil een 'superschool' beginnen: één school voor peuter-, basis- en voortgezet onderwijs voor kinderen van 2 tot 18 jaar.
De nieuwe school moet op 1 januari van start gaan. De minister van onderwijs heeft nog geen licentie afgeven, maar initiatiefnemer Eric van 't Zelfde denkt dat hij de licentie wel krijgt. In Engelstalige landen heeft het onderwijs goede ervaringen met dit systeem, zegt hij. Vanavond besteedt het VPRO-programma Tegenlicht aandacht aan de 'superschool'. 
Het plan komt voort uit onvrede over de kwaliteit van het huidige onderwijs. In achterstandswijken blijven de scores van de Cito-toetsen ver achter bij het landelijk gemiddelde en ligt het aantal vroegtijdige schoolverlaters hoger dan elders. De nieuwe school komt in de Rotterdamse achterstandswijk Charlois.
Taalachterstand 
Leerlingen die de nieuwe school bezoeken hebben op woensdagmiddag geen vrij meer. "Dat zijn vier lesuren die je nuttig moet gaan besteden", zegt Van 't Zelfde in Trouw.
Op de 'superschool' worden kinderen met een taalachterstand al vanaf 2 jaar intensief begeleid.
Schoolkeuze
In groep 7 wordt al een voorlopige beslissing genomen over schoolkeuze van de leerlingen voor het voortgezet onderwijs: vmbo, havo of vwo. Nu wordt die keuze in groep 8 pas gemaakt.
Het is de bedoeling dat op de 'superschool' leerlingen uit groep 7 en 8 Nederlands, Engels en rekenen krijgen van leraren uit het voortgezet onderwijs.
Dit mag niet, "maar welke minister met gezond verstand kan er tegen zijn dat kinderen les van specialisten krijgen?", zegt Van 't Zelfde.
In het voortgezet onderwijs wil Van 't Zelfde zo veel mogelijk eerstegraadsleraren voor de klas zetten.

Bron: http://nos.nl/artikel/556874-basisschool-wordt-superschool.html

vrijdag 27 september 2013

Ouderbetrokkenheid


(Afbeelding afkomstig van:: http://hetkind.org/2012/05/04/literatuurstudie-naar-ouderbetrokkenheid-in-het-onderwijs/)

SCP: Ouders en school vinden samenwerken belangrijk

Ouders, leraren, schoolleiders en bestuurders vinden het belangrijk dat ouders en school goed samenwerken. Soms hebben ouders nog wel instructie nodig hoe ze hun kind thuis kunnen ondersteunen met bijvoorbeeld huiswerk. Dat zijn enkele conclusies die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) trekt in zijn rapport Samen Scholen dat onlangs werd gepresenteerd.
In het basisonderwijs is er veel contact tussen ouders en school, zowel op initiatief van de school als op initiatief van de ouders. Veel ouders vinden dat de school hen ook mag aanspreken om zich thuis in te zetten voor het onderwijs van hun kind, constateerden de onderzoekers. Communicatie, heldere afspraken en het uitspreken van wederzijdse verwachtingen tussen ouders en school, zijn voor een goede samenwerking cruciaal. Hoe de samenwerking verder wordt ingevuld door ouders en leerkrachten is maatwerk per school.
Ouders doen al veel thuis
Vooral ouders in het basisonderwijs zijn thuis veel en vaak betrokken bij het onderwijs van hun kinderen en doen het nodige om hun kind thuis hierbij te steunen. Leerkrachten zijn over die inzet wel kritisch in het onderzoek. Soms doen ouders in hun ogen te weinig, soms doen ze te veel, of de verkeerde dingen. Voor sommige ouders kan het door een gebrek aan vaardigheden moeilijker zijn om adequate steun te bieden en goed contact te onderhouden met de school. Het SCP stelt dat hierin mogelijk nog winst kan worden behaald door als school ouders duidelijk te informeren hoe zij hun kind thuis het beste kunnen ondersteunen in het leerproces en door eventueel aanvullend lesmateriaal te verstrekken. Veel scholen doen dit overigens al.
Grenzen aan inzet ouders en scholen
In het basisonderwijs zien leraren en schoolleiders de deelname van ouders aan activiteiten in de school wel teruglopen. Er zijn aanwijzingen dat ouders hun schaarse tijd eerder inzetten voor ondersteuning van hun kind thuis dan voor activiteiten in de school. De ruimte om de inzet van ouders voor het onderwijs van hun kinderen te vergroten, is dus begrensd. Dat geldt ook voor de scholen. Contact onderhouden met ouders is arbeidsintensief, kost tijd en moet plaatsvinden naast het lesgeven en andere schoolse taken. Communicatie en contact met ouders vragen bovendien om vaardigheden waar niet alle leraren over beschikken, omdat dit in hun opleiding onvoldoende aan bod is gekomen stelt het SCP. De Onderwijsraad (2010) adviseerde eerder al om het leren omgaan en communiceren met ouders een stevige plek in het programma van lerarenopleidingen te geven; volgens het SCP onderzoek is dit nog steeds een belangrijk aandachtspunt.
Breed onderwijsaanbod
Ouders in het basis- en voortgezet onderwijs hechten veel belang aan doelen als het leren samenwerken, zelfstandig leren werken en kritisch leren nadenken, terwijl ze ook sociale doelen belangrijk vinden. Wel noemen veel ouders in alle drie de sectoren Nederlandse taal en in wat mindere mate rekenen/wiskunde als vakken waar meer aandacht aan zou moeten worden besteed.

Bron: http://www.poraad.nl/content/scp-ouders-en-school-vinden-samenwerken-belangrijk

Vraag om breder perspectief onderwijskwaliteit


23-09-2013 Staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker, mag de eindtoetsgegevens van scholen openbaar maken. Dat heeft de rechtbank in Utrecht op woensdag 4 september bepaald in een kort geding dat was aangespannen door meer dan honderd schoolbesturen. Op basis van deze gegevens heeft RTL4 per school en per onderwijsvorm een scorelijst gepubliceerd.
Vanuit verschillende hoeken is kritiek geuit op de rekenmethode die RTL4 heeft gehanteerd en de betrouwbaarheid van de uitkomsten. De demografische gegevens van de school en de leerlingen blijken bijvoorbeeld medebepalend voor de hoogte van de score. De huidige ‘ruwe’ gemiddelde eindtoetsgegevens zijn nauwelijks met elkaar te vergelijken, omdat het per school verschilt wélke leerlingen wélke toetsen maken.

Vrijeschoolonderwijs
Het vrijeschoolonderwijs staat voor een brede ontwikkeling van de leerling. Schoolscores op het gebied van rekenen en taal geven slechts gedeeltelijk zicht op de toegevoegde waarde van het onderwijs. Er is namelijk nog veel meer kennis te meten bij leerlingen. Het vrijeschoolonderwijs zet in op de algehele ontwikkeling van het kind. Zijn de leerlingen nieuwsgierig, leergierig, creatief en onderzoekend? Heeft het kind een open blik? Is er een gezonde leeromgeving? En…gaan ze met plezier naar school? Ook deze vragen spelen mee bij het in beeld brengen van onderwijskwaliteit voor ouders die voor een belangrijke keuze staan.

Onderwijskwaliteit in breder perspectief
De Vereniging van vrijescholen is voorstander van transparantie ten aanzien van de onderwijskwaliteit. Daarbij vindt de Vereniging het van belang dat onderwijskwaliteit in een breder perspectief wordt geplaatst. Verschillende toetsen zijn weliswaar belangrijke instrumenten om de kwaliteit van taal- en rekenonderwijs op scholen te meten. Maar het afzonderlijk publiceren van eindscores wekt de indruk dat ouders uitsluitend aan die scores de kwaliteit van een school zouden kunnen afmeten. Publicatie van eindtoetsresultaten zonder nadere context, kan een verkeerd beeld geven aan ouders die een afweging maken.

Bron: http://www.vrijescholen.nl/nieuws/2013/09/23/vraag-om-breder-perspectief-onderwijskwaliteit.html

zondag 22 september 2013

Sint Maarten




Verborgen lichtjes
Sint Maarten staat niet op zichzelf. Het donker jaargetijde wordt ingeluid door Michael, om via Martinus en Sint Nicolaas uiteindelijk tot het kerstlicht te komen.
Hoe het u vergaat weet ik niet, maar ik word elk jaar weer verrast door het Michaëlsfeest. Nog nazinderend van de zomer lukt het me nog net om de voorbereidingen te treffen. Het is alsof je met een schok wakker wordt; ongeveer het gevoel dat je hebt als je na het aflopen van de wekker nog even blijft liggen en dan ineens ziet dat het kwart voor acht is in plaats van kwart voor zeven. Je bent nog net op tijd op je werk, maar vraag niet hoe. Soms nog tijdens de dag zelf, maar anders in ieder geval in de dagen erna hoor je om je heen dezelfde geluiden: de plannen die we voor de zomer hadden, moeten nu maar eens worden uitgevoerd. Voor een Michaëlsfeest op school kunnen spelen en opdrachten die moed en slagvaardigheid oproepen, worden gemaakt en bedacht. Met mikspelletjes, zoals in zijn eenvoudigste vorm de spijker op de kop slaan, boogschieten of het moeilijke speerwerpen, wordt gericht op het gestelde doel. Ook opdrachten en speurtochten waarbij de
richting en de goede weg zelf moeten worden gevonden en waarbij moeilijkheden worden overwonnen, vormen een goed motief voor zo’n feest.
Moeilijkheden de baas worden en zuiverheid van richting en doel te pakken krijgen, is nodig om de draak te bestrijden. Nauw verweven met Michaël is namelijk het beeld van de draak die zieltogend het onderspit zal delven. In veel verhalen is het de jonkvrouw die ten offer valt aan de draak, als een moedeloos, berustend volk de kracht niet bezit om zich tegen deze donkere onheilsmacht te verweren. De kracht om nieuw leven te baren, ontwikkelingskrachten te schenken, droogt dan op, wat tot uitdrukking komt in de opgedroogde bron of de verdorrende appelbomen in deze legendes.

Metamorfose
Van 29 september naar 11 november, het Sint-Maartensfeest, lijkt een hele sprong. Tijdens de uitvoering van al die gerijpte plannen, komt een feest waarin een heel andere stemming ontstaat. Toch is er een relatie te ontdekken. Deze reikt echter verder en wordt zichtbaar door de daaropvolgende feesten Sint-Nicolaas, advent en Kerstmis erbij te betrekken.
We kennen het verhaal van Sint-Maarten: een groep Romeinse soldaten komt voor de poort van de stad Amiens. De soldaten hebben een lange rit achter de rug en verlangen ongetwijfeld naar eten en een bed. Naast de poort zit een man, een bedelaar, half naakt en hongerig. Hoewel de kans klein is dat hij wat krijgt, vraagt hij toch om een aalmoes. Maarten wordt getroffen door de aanblik van deze mens. Hij houdt zijn paard in en trekt zijn zwaard. Hij snijdt zijn mantel doormidden en reikt de helft aan de bedelaar.
Die nacht verschijnt Christus in zijn droom. Hij draagt het afgesneden stuk van de mantel om zijn schouder en spreekt tot de engelen die bij hem zijn: ‘Martinus, de ongedoopte, heeft mij met een kleed omhult.’ Maarten laat zich hierna dopen en stelt zijn leven in dienst van Christus. Zoals Maarten deelde, moeten wij ook delen. Het is de kunst om onze ideeën en plannen met anderen te delen, niet om hen voor onze plannen te winnen, maar om daadwerkelijk te delen. Ook al worden de plannen dan anders dan wij hadden gedacht, of misschien wel juist daarom. De kleinsten doen het ons voor, uiteraard in het gebied waar zij zich thuis voelen: de natuur. Een knol of grote winterpeen wordt uitgehold. Van deze vrucht, tot wasdom gekomen in de donkere aarde, wordt de buitenkant, de huid of schil, bewerkt zodat de uitgesneden zon, maan en sterren transparant oplichten door het licht van het kaarsje dat er binnenin is geplaatst.
Wie ooit zelf als kind met zo’n lichtje langs de deuren van het dorp of de hele stadswijk heeft gelopen, kan zich – naast de pret – het bedelaarsgevoel dat je kreeg zodra er werd aangebeld nog levendig herinneren. Lopen met zo’n lichtje over straat is spannend en feestelijk, maar jezelf als arme tentoonstellen en zingend vragen om een appel of een peer is wel een hele drastische metamorfose van moed en besluitkracht. Toch komt het bij Sint-Maarten daarop aan. Uiterlijke kracht werkt in het sociale leven alleen maar vruchtbaar in samenhang met innerlijke moed. Het liedje heeft in al zijn eenvoud ook een verborgen wijsheid:

Vriend van verre landen
Dat wij hier met lichtjes lopen is geen schande
Hier woont een rijk man
Die ons heel wat geven kan
Geef een appel of een peer
Komen we ‘t hele jaar niet meer

De rijke man kan van zijn oogst schenken aan de kinderen; een appel die met zijn stervormig hart en ronde vorm de verbinding met de hemel representeert of een peer die door zijn zwaar uithangende vorm en overrijpe smaak meer met de aardse krachten is verbonden.
Tegelijkertijd wijst dat nog verborgen lichtje ons op het grote licht dat gaat komen. In de steeds donker wordende tijd van het jaar kan ons dat tot troost zijn.

KindervriendIn de daarop volgende adventstijd beleven we het korter worden van de dagen en de steeds lager staande zon. Het lijkt of de maan aan invloed wint en de zon zich terugtrekt. De eerste adventzondag (dit jaar op 2 december) wordt volgens oud gebruik de eerste kaars van de adventskrans aangestoken. In Nederland lijkt deze eerste week overvleugeld te worden door het feest van Sint-Nicolaas.
Van deze goede bisschop van Myra, een Arabische stad, geeft de geschiedenis weinig of geen feiten. Er wordt zelfs getwijfeld of hij in de vierde of de zesde eeuw leefde. Pas na het jaar 1000 komen de legendes en verhalen over de beschermheilige van zeevaarders, jonkvrouwen en kinderen ook in de streken ten noorden van de Alpen voor. De goedheilig man brengt degenen die in moeilijkheden verkeren tot nieuw leven. Zoals in het verhaal van de kindertjes die bij een slager om onderdak vragen, maar wreed worden weggestuurd. De slagersvrouw is echter belust op het geld dat ze bij zich
zouden hebben en biedt hen toch een slaapplaats aan. Als zij en haar man ‘s nachts ontdekken dat er niets van rijkdom bij de arme wichten is te bespeuren, brengen ze de kinderen om, hakken ze in stukjes om ze vervolgens in een pastei te verwerken. Nicolaas in een droom gewaarschuwd door een engel, gaat naar de markt waar de vleeswaren liggen, slaat een kruis boven hen en brengt ze terug in het leven. Dit is een legende die ver af staat van de wijze waarop we thans het Sinterklaasfeest beleven. Sinterklaas heeft in deze moderne tijd een aantal feestaspecten die zowel eigentijds zijn als hun wortels in het verleden hebben. Overgebleven is in elk geval de kindervriend. Met Sinterklaas verras je de ander. Door het delen, het samen werken en leven, hebben wij elkaar zo goed leren kennen dat er ruimte is gekomen om de ander te verrassen. Eerst met een gedicht waarin we de ander een spiegel voor mogen houden, hem of haar iets van zichzelf mogen laten zien. Goedmoedig, vriendelijk en met humor, maar wel duidelijk, glashelder. Als pleister op de wonde volgt dan een geschenk, met zorg en liefde voor de ander uitgekozen. Het is altijd weer spannend of je het gevoel van gewaardeerd worden kunt oproepen.

EdelsteenMet Sint-Maarten krijgt ieder een geschenk dat hetzelfde is. Met Sint-Nicolaas is het juist de kunst iets persoonlijks voor ieder apart te vinden. Het gebaar is bij Michael doelgericht, bij het Sint-Maartensfeest ontvangend en bij Sint-Nicolaas schenkend. In de weg van het licht door deze drie feesten is waar te nemen dat waar de uiterlijke zon afneemt -en niet alleen in het kinderlied ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ – de invloed van de nacht toeneemt en het licht binnen juist aan kracht wint.
Tijdens de adventstijd bereiden wij ons voor op de komst van het Zonnekind. Het is een tijd van bezinning; hoe werken de uitgevoerde plannen, zijn ze in overeenstemming met onze idealen of moeten ze meer doorwarmd, meer doorlicht worden? Uiterlijk wordt die voorbereiding zichtbaar door de kerststal. Op de eerste adventzondag wordt een tafel met behulp van mooie stenen en hout een landschap gemaakt met daarop het stalletje. De weg er naar toe voert langs edelstenen en Jozef en Maria komen met hun ezeltje elke dag een beetje dichterbij.
Op de tweede adventzondag wordt de tafel versierd met bloemen. Het is elk jaar weer een feest om te zien hoe kleurrijk het geheel daar van wordt.
Op de derde adventzondag verschijnen de schapen en de os in de stal; ook de dierenwereld bereidt zich voor. Tenslotte komen op de vierde adventzondag de herders. Als dan ook nog de kerstboom in huis wordt gehaald, versierd met kaarsen, tekens en dertig rode en drie witte rozen, is alles klaar om het Kind te ontvangen.
Bron: (Marcel de Leuw, Jonas nr 5, 02-11-1990)

Nationaal onderwijsakkoord geeft primair onderwijs meer ruimte




donderdag 19 september 2013
Leraren gaan jaarlijks weer meer verdienen. De nullijn voor het onderwijs is van tafel, waardoor de lonen vanaf 2015 meestijgen met de inflatie. Daarnaast krijgen primair en voortgezet onderwijs samen 150 miljoen euro zodat werkgelegenheid in het onderwijs behouden blijft. Dat zijn enkele belangrijke afspraken in het Nationaal Onderwijsakkoord dat de partijen uit de Stichting van het Onderwijs, waaronder de PO-Raad, vandaag officieel sloten met het kabinet.
In het regeerakkoord stelde het kabinet 344 miljoen euro voor primair en voortgezet onderwijs in het vooruitzicht als het onderwijsveld zelf afspraken zou maken over de modernisering van de arbeidsvoorwaarden. De 150 miljoen euro voor werkgelegenheid maakt daar deel van uit. Het gaat niet om extra geld maar geld dat in latere jaren beschikbaar zou komen en nu eerder wordt uitgegeven.
Daardoor blijven drieduizend leerkrachten voor het primair en voortgezet onderwijs behouden. Het akkoord is daarbij een noodzakelijke voorwaarde voor extra investeringen in de professionaliteit van het onderwijspersoneel. Daarnaast is afgesproken dat de administratieve rompslomp voor het hele onderwijs afneemt.

Cao en BAPO
Aan de cao-tafel vullen de werkgevers en werknemers in het onderwijs de modernisering van arbeidsvoorwaarden verder in. Wel is alvast afgesproken dat er een nieuwe seniorenregeling komt in plaats van de huidige BAPO-regeling. Uitgangspunt daarbij is dat onderwijspersoneel vanaf de eerste aanstelling tot aan de pensionering optimaal blijven deelnemen in het onderwijsproces.
Worden de afspraken uit het akkoord voor 1 juni in de nieuwe cao’s opgenomen, dan krijgen primair en voortgezet onderwijs en het volwassenenonderwijs 34 miljoen euro extra.

Meer lucht
Het Nationaal Onderwijsakkoord geeft het primair onderwijs vooral iets meer lucht. Scholen hebben het financieel zwaar omdat hun kosten harder stijgen dan de inkomsten. De verwachting was de afgelopen maanden dat ze daardoor leraren moeten ontslaan ,,De ergste nood is wat dat betreft nu geledigd. Het Nationaal Onderwijsakkoord is een stap in de goede richting’’, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. Ook de dinsdag gepresenteerde Onderwijsbegroting en Miljoenennota dragen daaraan bij. Het kabinet ontziet het primair onderwijs bij de extra bezuinigingen van 6 miljard euro.
Desondanks blijft de PO-Raad ook de komende tijd de financiële situatie in het primair onderwijs in de gaten houden. De PO-Raad zal het akkoord, dat nu nog een onderhandelaarsakkoord heet, de komende weken met haar leden bespreken. Uiterlijk 8 oktober wordt bekend of het akkoord definitief is.
In augustus maakten de partijen al voorlopige afspraken. Nu het akkoord is ondertekend, wordt de inhoud pas bekend gemaakt. Alleen de Algemene Onderwijsbond en AbvaKabo FNV zetten hun handtekening niet onder de afspraken.

Bron: http://www.poraad.nl/content/nationaal-onderwijsakkoord-geeft-primair-onderwijs-meer-ruimte

Sensory-Motor Reading Readiness for School



Not meant as medical advice, these guidelines by Dr. Susan Johnson are intended to help parents and early-childhood educators notice movement integration and development in the young child.
True reading readiness (as opposed to forced reading “readiness”) is a biological phenomenon* and requires that a child has passed a number of benchmarks of sensor-motor integration – which is an aspect of healthy brain development.  Many of these benchmarks have been passed when a child is able to do the following:
  • Pay attention and sit still in a chair for at least 20 minutes
  • Balance on one foot, without her knees touching, and in stillness, with both arms out to her sides – and count backwards without losing her balance
  • Stand on one foot, with arms out in front of him, palms facing up, with both eyes closed for 10 seconds without falling over
  • Reproduce various geometric shapes, numbers, or letters onto a piece of paper with a pencil while someone else traces these shapes, letters or numbers on her back
  • Walk on a balance beam
  • Jump rope
  • Skip
If children can’t do these tasks easily, their vestibular and proprioceptive (sensory-motor) neural systems are not yet well-integrated, and chances are they will have difficulty sitting still, listening, focusing their eyes, focusing their attention, and remembering letters and numbers in the classroom.

Support for sensory-motor integration comes not from flash cards or video games…but from the following activities:

Physical movements such as
• Skipping                                          • Running
• Hopping                                          • Walking and hiking
• Rolling down hills                      • Clapping games
• Playing catch with a ball        • Circle games
• Jumping rope                              • Climbing in nature

…as well as fine motor activities to strengthen important motor pathways, such as

• Cutting with scissors                     • Beading
• Digging in the garden                    • Drawing
• Kneading dough                              • String games
• Pulling weeds                                   • Sewing
• Painting                                               • Finger knitting

By contrast, watching television or playing video or computer games are extremely poor sources of stimulation for sensory-motor development and actually interfere with the healthy integration of the young nervous system by keeping the child’s nervous system in a state of stress.  The “flight or fight” system is activated and maintained.

Children who have difficulties reading and writing often also have
• a poorly developed sense of balance
• difficulty making eye contact
• difficulty tracking or following with their eyes
• trouble distinguishing the right side of their body from the left
• difficulty sitting still in a chair
• difficulty locating their body in space
• poor muscle tone exemplified by a slumped posture
• a tense or fisted pencil grip
• “flat feet” (collapsed arches)
• oversensitivity to touch
• overactive sympathetic nervous system (“flight or fight”), thus have extra sensitivity to the stimulant effects of sugar, chocolate, lack of sleep, changes in routines, watching television, playing computer or video games.

Sometimes these children have difficulties in their peer relationships because they are using their mind and eyes to help their bodies navigate in space, and miss the non-verbal social cues from their playmates.

Dr. Johnson has seen children diagnosed with AD/HD or learning disabilities “miraculously” improve when they are taken out of an “academic” kindergarten or given an extra year in a developmental kindergarten that emphasizes movement, play, and the integration of their sensory-motor systems.